Vraagtekens

Belastingplan 2016: Herziening box 3-heffing per 2017

26 oktober 2015

De vermogensrendementsheffing wordt per 1 januari 2017 ingrijpend veranderd. De heffing blijft gebaseerd op een forfaitair rendement, maar dat rendement – van thans 4% – wordt genuanceerd om de heffing meer in lijn te brengen met de werkelijk behaalde rendementen.
De Tweede Kamer heeft een brede voorkeur voor een box 3-heffing op basis van het werkelijk behaalde rendement. Volgens staatssecretaris Wiebes kan de Belastingdienst zo’n heffing niet aan. De Kamer heeft daarop een motie aangenomen waarin de regering wordt gevraagd om te onderzoeken welke maatregelen de Belastingdienst moet nemen om belasting te kunnen heffen over de werkelijk behaalde rendementen.

Het kabinet stelt voor om het forfaitaire rendement vanaf 2017 te baseren op de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld én beleggingen. Deze vermogensmix wordt afgeleid uit alle belastingaangiften voor box III over 2012. De mix zal periodiek worden geëvalueerd om na te gaan of die nog voldoende aansluit bij de realiteit. Over beide vermogenscomponenten – het spaardeel én het beleggingsdeel – wordt een forfaitair rendement gerekend, dat afgeleid wordt uit de in het verleden daadwerkelijk behaalde rendementen. Dat forfaitaire rendement wordt elk jaar weer opnieuw vastgesteld, voorafgaand aan het belastingjaar, op basis van de meest recente gegevens omtrent het werkelijk behaalde rendement. Zie ook BelastingBelangen, augustus 2015; Box 3: massaal bezwaar + gestaffeld rendement.
Het rendement op het spaardeel wordt afgeleid uit de gemiddelde rentevergoeding over de voorgaande vijf jaar. Voor 2017 is de gemiddelde rente over 2011 tot en met 2015 beslissend; die zal naar verwachting uitkomen op 1,63%. In 2016 wordt dat percentage vastgesteld voor de box 3-heffing over 2017. Het rendement op het beleggingsdeel is het meetkundig gemiddelde met het laatste jaar voor een vijftiende deel. Dat rendement is berekend op 5,5%; in 2016 wordt dat definitief vastgesteld voor de heffing over 2017.

Het box 3-vermogen wordt verdeeld over drie schijven, met een gemiddelde vermogensmix per schijf. Dat leidt tot een oplopend forfaitair rendement: zie de tabel. Het heffingsvrije vermogen wordt per 2017 verhoogd naar € 25.000 per persoon (2015: € 21.330). Die vrijstelling wordt in de eerste vermogensschijf in aanmerking genomen. Het tarief blijft 30%, voor het spaar- en beleggingsdeel, ongeacht de omvang van het vermogen.

Box 3 heffing in 2017
Op basis van de voorlopig vastgestelde rendementen; definitieve vaststelling in 2016.

Vermogen
meer dan
Vermogen
niet meer dan
Vermogensmix
 
Forfaitair
rendement
       
             0      25.000   Vrijgesteld
     25.000    100.000 67% sparen + 33% beleggen 2,91%
   100.000 1.000.000 21% sparen + 79% beleggen 4,69%
1.000.000              - 100% beleggen 5,50%


Fiscale partners kunnen het gezamenlijke box 3-vermogen – na aftrek van het heffingsvrije vermogen van 2 x € 25.000 – onderling vrijelijk onder elkaar verdelen. Deze verdeling kan onder de voorgestelde regeling effect hebben op de belastingdruk, vanwege het oplopende forfaitaire rendementspercentage.
Buitenlandse belastingplichtigen worden op gelijke wijze als binnenlandse belastingplichtigen in de box 3-heffing betrokken, ongeacht een mogelijk afwijkende vermogensmix.


1095_2015-05-006.jpgCommentaar
Het totale box 3-vermogen bedraagt thans € 423 miljard; voor de belastingheffing gaat daar € 71 miljard heffingvrij vermogen vanaf. Van de 13,6 miljoen loon- en inkomstenbelasting-betalers heeft ongeveer 75% een vermogen dat niet uitkomt boven het heffingvrije vermogen: de box 3 heffing raakt derhalve zo’n 25% van de belastingplichtigen in ons land. Zij betalen in totaal ruim € 4 miljard aan box 3-heffing.
Politiek Den Haag wil voor deze belastingbetalers graag een box 3-heffing op basis van het werkelijk behaalde rendement, ook al omdat de veronderstelling dat met grotere vermogens een hoger rendement wordt behaald zeer twijfelachtig is. Dat de Belastingdienst niet in staat is om een heffing op basis van werkelijke rendementen uit te voeren, is moeilijk te rijmen met de huidige digitale mogelijkheden. Als Financiën er in slaagt om de forfaitaire heffing in stand te houden, is de invoering van een tegenbewijsregeling de laatste mogelijkheid op een nog enigszins rechtvaardige heffing!
Terug naar boven