Vraagtekens

Bijtelling priv├ęgebruik: per auto of per jaar beoordelen?

08 april 2014

In 2013 heb ik de beschikking gehad over twee auto’s van de zaak. Mijn werkgever heeft me tot halverwege juni 2013 een Ford ter beschikking gesteld, en daarna een Volvo. Voor beide auto’s had ik een verklaring geen privé gebruik. De Belastingdienst heeft die verklaring voor de Volvo ingetrokken omdat ik daarmee te veel privé heb gereden. Vervolgens heeft de inspecteur mij een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd over het privégebruik auto van beide auto’s. Dus niet alleen van de Volvo waar ik meer dan 500 kilometer privé mee gereden heb, maar ook van de Ford. Voor de Ford voor 5½ maand over de catalogusprijs van die auto, voor de Volvo voor de andere 6½ maand over de daarbij behorende catalogusprijs. En met die Ford heb ik aantoonbaar geen enkele kilometer privé gereden! De inspecteur heeft dat erkend na inzage van mijn kilometeradministratie. Dat klopt toch niet: die naheffing over de Ford is toch volkomen ten onrechte?

Antwoord

Nee, die naheffing is correct. De bijtelling privégebruik auto kent een kritische grens van 500 kilometer: wordt die overschreden dan is de bijtelling aan de orde. Die 500 kilometer geldt niet per auto, maar per kalenderjaar. Dat betekent dat bij twee achtereenvolgende auto’s van de zaak met beide auto’s in totaal niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden mag zijn gereden.

935_2014-02-013.jpgDat de beoordeling van de 500 kilometer grens per jaar plaatsvindt, is historisch verklaarbaar. Tot 2006 was de regeling voor de bijtelling privé gebruik auto uitsluitend in de wet op de inkomstenbelasting opgenomen. De bijtelling behoorde toen niet tot het loon uit dienstbetrekking waarover een werkgever loonheffing moet inhouden. De inkomstenbelasting wordt per kalenderjaar geheven, dus vond de beoordeling van privégebruik auto ook op jaarbasis plaats. Per 1 januari 2006 heeft de wetgever de bijtelling in de loonbelasting ingevoerd, en de bestaande regeling voor de inkomstenbelasting onverkort overgenomen. De loonbelasting kent een korter tijdvak van heffing, meestal een maand. Vanuit die belasting bezien zou een beoordeling van het privégebruik per maand logischer zijn. Maar dat heeft de wetgever niet gewild. De wet loonbelasting is op dit punt klip en klaar: de bijtelling kan slechts achterwege kan blijven als “blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt”.
Deze heffingssystematiek betekent in uw situatie dat bij het intrekken van de verklaring geen privégebruik voor de tweede auto ook de bijtelling voor de eerste eerst auto verloond moet worden. Zelfs als vaststaat dat u met die auto helemaal niet privé hebt gereden. De rechter voegt daar bij uitspraken over deze kwestie standaard aan toe dat ‘een andere uitkomst onrechtvaardig zou zijn tegenover de werknemer die het gehele jaar dezelfde auto van de zaak heeft, en met die auto in de eerste maanden van het jaar helemaal niet privé rijdt en in de resterende maanden wel. Die krijgt ook de bijtelling over het gehele jaar tot zijn loon gerekend’.
Terug naar boven