Vraagtekens

Van BGL naar voorbeeldcontracten met ZZP’ers

28 april 2015

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft een alternatief uitgewerkt voor de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de Beschikking geen loonheffingen (BGL). Hij stelt voor om – vanaf 1 januari 2016 – te gaan werken met voorbeeldcontracten tussen opdrachtgever en zzp’er, per sector en in individuele situaties. Keurt de Belastingdienst de overeenkomst goed, dan is de opdrachtgever gevrijwaard en hoeft hij geen loonheffingen af te dragen. Voorwaarde is uiteraard wel dat er daadwerkelijk conform de overeenkomst wordt gewerkt. Is dit niet het geval, dan kan de opdrachtgever een correctieverplichting of naheffingsaanslag krijgen.

Het wetsvoorstel Beschikking geen loonheffing – zie ook BelastingBelangen, oktober 2014: Van VAR naar Beschikking geen loonheffingen – is van alle kanten bekritiseerd. Diverse organisaties hebben alternatieven voor de BGL aangereikt, Financiën heeft die overgenomen en uitgewerkt in een nieuw voorstel om de VAR-verklaringen te gaan vervangen. De nieuwe opzet is uiteengezet in een 15 kantjes tellende brief aan de Tweede Kamer, zie ook op de website van Ministerie van Financiën: Alternatief voor Beschikking geen loonheffingen.
De staatssecretaris stelt voor dat belangenorganisaties van opdrachtgevers of opdrachtnemers – per bedrijfssector – overeenkomsten kunnen voorleggen aan de Belastingdienst. Ook individuele opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen dat voor hun specifieke situatie doen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben hier een vrije keus. De Belastingdienst beoordeelt de overeenkomsten, uitsluitend op de elementen die van belang zijn om vast te stellen of de opdrachtgever loonheffing moet inhouden. De Belastingdienst geeft géén oordeel af over de fiscale kwalificatie van de inkomsten voor de opdrachtnemer. Partijen kunnen aan de beslissing van de Belastingdienst zekerheid ontlenen, mits daadwerkelijk conform de overeenkomst wordt gehandeld. Blijkt later bij controle of anderszins dat dit niet het geval is, dan kan de opdrachtgever een naheffingsaanslag – met boete – worden opgelegd.
De tijd die de Belastingdienst nodig heeft om een overeenkomst te beoordelen, zal gemiddeld zes weken bedragen. De beslissing van de Belastingdienst wordt schriftelijk vastgelegd. Daarbij wordt aangegeven voor welke termijn een vrijwaring voor de loonheffingen wordt gegeven (uiteraard mits conform de overeenkomst wordt gewerkt). Gedacht wordt aan een termijn van vijf jaar. Daarbij geldt wel een voorbehoud voor het geval de wetgeving in die vijf jaar wijzigt, of nieuwe rechtspraak noopt tot intrekking van de overeenkomst.
De Belastingdienst maakt de (geanonimiseerde) overeenkomsten zoveel mogelijk openbaar zodat deze ook door andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden gebruikt. De dienst maakt zelf ook enkele voorbeeldovereenkomsten.

Als opdrachtgever en opdrachtnemer een (voorbeeld)overeenkomst ondertekenen waarvan de Belastingdienst heeft geoordeeld dat inhouding van loonheffing niet aan de orde is, dan zijn de fictieve dienstbetrekkingen voor gelijkgestelden en thuiswerkers niet van toepassing. Die uitsluiting moet in de overeenkomst worden opgenomen. De opdrachtnemer weet dan dat hij achteraf geen aanspraak kan maken op een uitkering ingevolge de werknemersverzekeringen en de opdrachtgever dat bij hem geen loonheffingen kan worden nageheven.

Commentaar
De opzet met vooraf goedgekeurde overeenkomsten lijkt betere kansen van slagen te hebben dan de BGL-regeling. Voorwaarde is wel dat Financiën de voorgelegde overeenkomsten snel beoordeelt en opdrachtgever en ZZP-er snel de begeerde zekerheid geeft dat de inhouding van loonheffing achterwege kan blijven.

Terug naar boven