Vraagtekens

90%-criterium ook voor vermogensetikettering personenauto's

21 april 2021

Ook voor de afbakening tussen verplicht privévermogen en keuzevermogen van een personenauto geldt de hoofdregel: de auto is verplicht privévermogen als deze voor minder dan 10% zakelijk wordt gebruikt. De grens van 500 km privégebruik is hierbij niet van belang.

1581_21.jpgEen ondernemer had twee auto's op zijn naam staan: een Volkswagen en een Toyota. Na een boekenonderzoek concludeerde de inspecteur dat de Prius waarmee 22.000 km was gereden waarvan 1.453 zakelijk, verplicht privévermogen was. Er volgden navorderingsaanslagen IB over 2012 tot en met 2015. De ondernemer ging in beroep en stelde dat de Prius keuzevermogen was. Rechtbank Noord-Nederland stelde de ondernemer in het gelijk. Volgens de Rechtbank gold voor de afbakening tussen verplicht privévermogen en keuzevermogen de absolute grens van 500 km. De inspecteur ging met succes in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:178) stelde voorop dat een vermogensbestanddeel volgens de hoofdregel verplicht privévermogen is als het voor minder dan 10% zakelijk (en dus voor 90% of meer privé) wordt gebruikt. Vervolgens besliste het Hof dat uit het arrest van 14 maart 2001 volgde dat de belastingplichtige een auto tot zijn privévermogen mocht rekenen als hij daarmee in een jaar 500 km of meer privé had gereden. Er was dan dus geen sprake van verplicht ondernemingsvermogen. In dit geval was de omgekeerde situatie aan de orde: De ondernemer had de personenauto tot zijn ondernemingsvermogen gerekend, terwijl volgens de inspecteur sprake was van verplicht privévermogen. Het was dan de vraag of het 90%-criterium uit het arrest van 14 maart 2001 óók gold voor al dan niet verplicht ondernemingsvermogen. Volgens het Hof waren er geen redenen om voor de vraag of een auto verplicht tot het ondernemingsvermogen moest worden gerekend een ander criterium in aanmerking te nemen dan de hoofdregel van vermogensetikettering. Vervolgens besliste het Hof dat de ondernemer niet aannemelijk had gemaakt dat hij de Prius in één of meer van de nagevorderde jaren voor ten minste 10% zakelijk (ten minste 2.200 km per jaar) had gebruikt. Het Hof concludeerde dat de Prius tot het verplichte privévermogen behoorde en verklaarde het hoger beroep van de inspecteur gegrond.

Commentaar
De ondernemer is inmiddels in cassatie tegen de uitspraak gegaan. Het is nu dus aan de Hoge Raad om de knoop door te hakken.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie