Vraagtekens

Afspraak is afspraak?

29 juni 2010

Enkele jaren geleden heb ik met de belastinginspecteur afspraken gemaakt over de afschrijving van het drijvend materieel binnen ons bedrijf. De inspecteur heeft zich daar drie jaar netjes aan gehouden, maar vorig jaar, medio oktober, heeft hij onze afspraken – volkomen onverwachts, zonder enige toelichting – schriftelijk opgezegd per 1 januari 2010. Dat kan toch niet zo maar? Door de abrupte opzegging is nu onduidelijk wat er over 2010 kan worden afgeschreven op het drijvend materieel. Hoe schat u onze kansen als wij ons verzetten tegen de eenzijdige opzegging?

Antwoord
De inspecteur kan een afspraak niet zonder meer opzeggen. En zeker niet op zo’n korte termijn als in uw situatie is gebeurd. Uitgangspunt bij een afspraak is dat beide partijen geacht worden zich aan die afspraak te houden. Dat komt tot uitdrukking in het alom bekende adagium afspraak is afspraak.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze regel. Een afspraak kan onder omstandigheden wel tussentijds worden opgezegd, bijvoorbeeld als bij het maken van de afspraak een tussentijdse opzegbaarheid is bedongen. Ook is denkbaar dat er een situatie kan ontstaan dat een van de partijen in redelijkheid zich niet langer gebonden hoeft te voelen aan de afspraak. Maar dat kan alleen – zo blijkt uit de rechtspraak – als sprake is van gewijzigde omstandigheden. Anders gezegd, als de feiten en omstandigheden duidelijk anders zijn dan op het tijdstip dat de afspraak is gemaakt. Daarbij moet het gaan om een wijziging van omstandigheden die bij het maken van de afspraak niet voorzienbaar was én die niet door de opzeggende partij is veroorzaakt. De wijziging moet dan wel zo ernstig zijn dat van de wederpartij – op grond van redelijkheid en billijkheid – niet verwacht mag worden dat hij de afspraak zal naleven.

466_2010-06-013.jpgDeze stringente voorwaarden voor een tussentijdse opzegging zijn met name aan de orde bij zogenaamde duurovereenkomsten: juridische regelingen waarbij de rechten en plichten van de betrokken partijen voor een groot aantal jaren worden vastgelegd. Pensioen- en lijfrenteovereenkomsten zijn schoolvoorbeelden van dergelijke duurovereenkomsten, een afspraak over de afschrijving op bedrijfsmiddelen die langere tijd meegaan kan daar ook toegerekend worden.
Maar ook als die afspraak als een overeenkomst voor bepaalde tijd moet worden aangemerkt, kan de inspecteur die niet zo maar, ongemotiveerd opzeggen. De inspecteur heeft altijd – op grond van de beginselen van behoorlijk bestuur – de plicht om te motiveren waarom hij de afspraak opzegt. In de door u beschreven situatie heeft de inspecteur niet aan die plicht voldaan. Het vertrouwensbeginsel brengt dan met zich mee dat de inspecteur nog steeds aan de afspraak gebonden is.

Als de inspecteur een afspraak rechtsgeldig opzegt, kan dan nooit met terugwerkende kracht. Het vertrouwensbeginsel trekt hier een scherpe grens: de inspecteur is gehouden om het toegezegde standpunt te blijven hanteren, voor alle op dat tijdstip nog vast te stellen aanslagen. Bij de opzegging van een afspraak moet de inspecteur ook een redelijke overgangstermijn in acht nemen. Wat in de gegeven situatie een redelijke termijn is, wordt bepaald door het belang van de afspraak voor de bedrijfsvoering. Een afspraak over de periode waarbinnen bedrijfsmiddelen kunnen worden afgeschreven, kan van groot belang zijn voor het financieringsarrangement van die bedrijfsmiddelen. Als de financieringscondities (mede) gebaseerd zijn op de afgesproken afschrijvingsmethodiek, is een langere overgangstermijn goed te verdedigen. Het eenzijdig op stel en sprong opzeggen van een afspraak, zoals de inspecteur in uw situatie heeft gedaan, is altijd uit den boze.

De conclusie is duidelijk: u kunt zich met recht en reden gemotiveerd verzetten tegen de eenzijdige opzegging van de afspraak door de inspecteur.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie