Vraagtekens

Auto in de werk-BV, privébijtelling in de holding

26 februari 2016

De directeur-grootaandeelhouder die bij zijn holding-BV op de payroll staat en vanuit die BV het management over de werk-BV voert, moet de bijtelling privégebruik auto in de holding-BV verlonen, ook als de auto van de zaak hem door de werk-BV ter beschikking is gesteld. De bijtelling privégebruik auto is ook van toepassing op een auto van de zaak die niet door de werkgever zelf, maar met medeweten van de werkgever door een derde wordt verstrekt.

Adam Sappel was directeur en enig aandeelhouder van holding-BV X; hij voerde vanuit die BV het management over een 100% dochtervennootschap BV Y. Adam had een auto van de zaak, BV Y had hem die ter beschikking gesteld voor zakelijke en privédoeleinden. Adam hield zijn privékilometers bij, hij betaalde per privékilometer een vergoeding van € 0,19 aan BV X. Zijn privégebruik was beduidend meer dan 500 km per jaar, maar noch BV Y, noch BX hield rekening met een bijtelling privégebruik auto: BV Y niet omdat Adam geen werknemer was, en BV X niet omdat zij de auto niet ter beschikking had gesteld.
De inspecteur vond deze gang van zaken onaanvaardbaar: hij legde een naheffingsaanslag loonheffing op aan BV X, over 2010 tot en met 2013 met een boete van 25%.
BV X verzette zich tegen die aanslag met boete en ging in beroep bij Rechtbank Gelderland.
Zij stelde dat het achterwege laten van de bijtelling in de gegeven situatie een pleitbaar standpunt was en motiveerde dat met een verwijzing naar een artikel in een fiscaal tijdschrift inzake een gesplitste leaseovereenkomst voor de auto van de zaak.
De Rechtbank maakte korte metten met het verweer van BV X.

1130_2016-01-006.jpgAls een werkgever een auto van de zaak aan zijn werknemer ter beschikking stelt moet in beginsel een bijtelling voor privégebruik auto plaatsvinden. Zie ook BelastingBelangen, augustus 2010: Verdeling bewijslast bij privé-gebruik auto en BelastingBelangen juni 2015: Geen beschikkingsmacht, geen bijtelling privégebruik. De bijtelling is ook aan de orde als de auto van de zaak niet door werkgever ter beschikking is gesteld, maar met medeweten van die werkgever door een derde, zoals in dit geval de 100% dochter-BV Y. 
De Rechtbank wees het verweer van BV X – de verwijzing naar het vakartikel over een gesplitst leasecontract – af. In dat artikel was duidelijk aangegeven dat het niet zeker was dat de fiscus de beschreven opzet zou accepteren, én belanghebbende had een geheel eigen variant toegepast. De Rechtbank vond een vergrijpboete van 25% passend en geboden en bevestigde de naheffingsaanslag.

Commentaar
In de vakliteratuur is vaker betoogd dat de bijtelling privégebruik auto kan worden voorkomen door een gesplitst leasecontract af te sluiten: de werkgever moet een leasecontract afsluiten voor het zakelijk autogebruik, de automobilist voor het privégebruik. Zie nader: Voorkomen bijtelling door splitsen auto. De Rechtbank wijst deze opzet af. In de berechte casus is dat volstrekt logisch: belanghebbende had een variant toegepast die voor hem erg voordelig uitkwam. Daardoor verspeelde hij het pleitbaar standpunt en werd de 25% vergrijpboete gehandhaafd. Met deze uitspraak is het gesplitste leasecontract niet afgeserveerd, maar wij schatten de kans op een positieve afloop niet groot.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie