Vraagtekens

Bestuurder in privé aansprakelijk door onvoldoende controle op privégebruik auto

28 januari 2013

Als een werkgever zijn werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, moet er in beginsel een bijtelling plaatsvinden voor het privégebruik van die auto. De werkgever moet die bijtelling verlonen. Een bijtelling is niet aan de orde, als de werkgever de werknemer verbiedt om privé gebruik te maken van de auto van de zaak. Zo’n verbod moet schriftelijk worden vastgelegd, en de werkgever moet ‘voldoende toezicht houden op de naleving van dat verbod’. Doet de werkgever dat niet, dan kan hem dat duur komen te staan: hij kan als bestuurder van de BV-werkgever in privé aansprakelijk worden gesteld voor de door de BV verschuldigde loon- en omzetbelasting over het privégebruik auto.

783_2013-01-002.jpgBV X hield zich bezig met het uitvoeren van grond-, straat- en rioolwerken, bodemsaneringen, cultuurtechnische werken en groenvoorzieningen. De BV had diverse (bestel-)auto’s aan haar werknemers ter beschikking gesteld. In de arbeidsovereenkomst met de werknemers was vastgelegd dat zij hun auto van de zaak niet voor privé doeleinden mochten gebruiken.
Bij een boekenonderzoek constateerde de Belastingdienst dat meerdere werknemers de auto van de zaak wél voor privé hadden gebruikt. De inspecteur leidde dat met name af uit bekeuringen die waren opgelegd wegens verkeersovertredingen in het weekeind en op dagen dat de betreffende werknemer/automobilist verlof had. De inspecteur legde BV X naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting op ter zake van het privé gebruik auto, met een vergrijpboete van 25%, tot een totaalbedrag van € 15.718 voor de omzetbelasting en € 166.718 voor de loonheffing. Die aanslagen werden deels betaald, in oktober 2010 ging de BV failliet.
De ontvanger stelde daarop Kees en Jeannet Groentjes, beiden bestuurders en aandeelhouders van BV X, in privé aansprakelijk voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslagen (voor zover die toerekenbaar was aan de periode dat zij bestuurder waren van BV X), tot een totaalbedrag van € 48.238. Hij stelde dat
de Groentjes in privé aansprakelijk waren omdat zij als bestuurders van de BV de naleving van het verbod tot privé gebruik auto volstrekt onvoldoende hadden gecontroleerd, én niet tijdig een melding van betalingsonmacht van de BV hadden ingediend.

Kees en Jeannet Groentjes verzetten zich tegen die persoonlijke aansprakelijkstelling.
Dat leidde tot een procedure, voor Rechtbank Arnhem.
De rechtbank stelde vast dat de bestuurders van BV X onvoldoende controle hadden uitgeoefend op naleving van het verbod tot privégebruik van de auto van de zaak. Zij konden geen plausibele verklaring geven voor de bekeuringen in het weekend en op vrije dagen van medewerkers, en ook overigens konden zij geen onderbouwing aanreiken van enige controle ter zake. Daarmee stond voor de rechtbank vast dat niet voldaan werd aan de voorwaarden voor het achterwege laten van een bijtelling privégebruik auto, de inspecteur had de naheffingsaanslagen terecht opgelegd.


De rechtbank vond ook de aansprakelijkheidstelling van beide bestuurders terecht. Zij hadden als bestuurder geen tijdige melding gedaan van de betalingsonmacht van de BV. Bij een naheffingsaanslag kan zo’n melding nog tijdig plaatsvinden uiterlijk binnen twee weken na de vervaldag, de datum van betaling die op de naheffingsaanslag staat vermeld. Maar dan moet wel vaststaan dat het niet aan opzet of grove schuld is te wijten dat de nageheven belasting destijds niet tijdig is afgedragen. Ook de faillietverklaring van de BV geldt als een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht, maar ook uitsluitend als er geen opzet of grove schuld aan de orde is. En dat was volgens de rechtbank wél het geval, nu beide bestuurders niet voldoende controle hadden uitgevoerd op het privé gebruik van de auto van de zaak van de werknemers. De rechtbank bevestigde de persoonlijke aansprakelijkstelling.

Commentaar
Dat de bijtelling privégebruik auto veel fiscale geschillen veroorzaakt is alom bekend. Ondernemers, werkgevers en werknemers verkennen steeds weer de mogelijkheden om deze bijtelling te vermijden. De bekendste ‘oplossing’, niet meer dan 500 kilometer privé rijden met de auto van de zaak, is bewijstechnisch lastig. Een verbod op privé gebruik is in de verhouding werkgever-werknemer een stuk eenvoudiger. Maar dan moet de werkgever wel nadrukkelijk toezien op naleving van dit verbod door de werknemer-automobilist. Deze uitspraak illustreert het grote belang daarvan, én de forse consequenties – een aansprakelijkstelling in privé – als dat toezicht ontoereikend is. U bent gewaarschuwd....
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie