Vraagtekens

Commanditair vennoot: ondernemer op afroep?

30 april 2007

De inkomstenbelasting kent voor ondernemers volop gunstregelingen. Denk aan de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek (met name ook voor arbeidsongeschikte ondernemers), de meewerkaftrek, de fiscale oudedagsreserve, en natuurlijk sinds 1 januari 2001 de MKB-winstvrijstelling waardoor 10% van de winst belastingvrij kan worden geïncasseerd. Het fiscale ondernemerschap is daarmee een begerenswaardige status. De belastingplichtige die als ondernemer wil worden aangemerkt, moet voldoen aan twee eisen: er moet een onderneming voor zijn rekening worden gedreven én hij moet rechtstreeks worden ‘verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming’. Die laatste zinsnede vergt een rechtstreekse aansprakelijkheid voor (ten minste twee) verbintenissen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden aangegaan. Die eis ligt moeilijk bij een commanditair vennoot die zich als beherend vennoot gedraagt.

Kees Blok was directeur-grootaandeelhouder van BV Blok. Die BV was beherend vennoot in de commanditaire vennootschap Top Shop, Blok zelf was een van de twee commanditaire vennoten in die CV. In zijn aangifte over 2001 claimde Blok dat hij voor zijn werkzaamheden in de commanditaire vennootschap als ondernemer moest worden aangemerkt, en als zodanig recht had op zelfstandigenaftrek. De inspecteur was het daar niet mee eens. Zijns inziens was Blok als commanditaire vennoot niet rechtstreeks aansprakelijk voor de verbintenissen die in de commanditaire vennootschap voor de bedrijfsuitoefening waren aangegaan. Blok kon slecht tot het bedrag van zijn kapitaalinbreng worden aangesproken: hij was medegerechtigde, maar geen ondernemer.
Blok verzette zich daartegen. Hij moest als beherend vennoot – en derhalve als ondernemer – worden aangemerkt, aangezien hij de wettelijke bepalingen op grond waarvan een commanditaire vennoot geen beheersdaden mag verrichten, had overtreden. Hij dreef samen met de andere commanditaire vennoot feitelijk de onderneming in de commanditaire vennootschap. Hij deed de in- en verkoop, de administratie en besteedde aan dat werk zes dagen per week.
Hof Leeuwarden was overtuigd van Blok’s betoog. De Friese rechter hechtte geloof aan zijn verklaringen en besliste dat Blok als ondernemer moest worden aangemerkt. Ook al omdat gebleken was dat hij op persoonlijke titel offertes voor kredietverstrekking aan de CV had ondertekend. Blok voldeed ook aan het urencriterium, hij had veel meer dan 1.225 uur in de onderneming gewerkt, en had derhalve recht op zelfstandigenaftrek.

Commentaar
De commanditaire vennoot die zich als beherend vennoot gaat gedragen, en beheersdaden gaat verrichten, is civielrechtelijk hoofdelijk aansprakelijk jegens derden voor de schulden van de CV De commandite die zodoende beherend vennoot wordt, moet zich realiseren dat zijn (hoofdelijke) aansprakelijkheid ziet op alle schulden van de CV, ook de schulden die zijn ontstaan in de periode dat hij nog geen beheersdaden verrichte. Door die aansprakelijkheid te aanvaarden, verkrijgt hij het fiscale ondernemerschap, met de bijbehorende gunstregelingen. Financiën stelt hier nog een extra eis aan het fiscale ondernemerschap voor de (ex-)commandite: het moet aannemelijk zijn, op grond van objectief waarneembare feiten en omstandigheden, dat de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de CV-schulden ook daadwerkelijk kan worden ingeroepen. Anders gezegd, het enkele overtreden van het beheersverbod is onvoldoende, de externe schuldeisers van de CV moeten ook daarvan op de hoogte zijn. Die extra eis komt in de uitspraak van Hof Leeuwarden niet terug.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie