Vraagtekens

Hoge Raad akkoord met box 3-heffing

28 juni 2016

De Hoge Raad heeft beslist dat de box 3-heffing voor 2011 niet in strijd is met het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens ons hoogste rechtscollege past de forfaitaire heffing binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt. De heffing is géén inbreuk op het eigendomsrecht als bedoeld in het EVRM; van een individuele, buitensporig zware last is geen sprake. De Hoge Raad heeft met dit arrest de conclusie van advocaat-generaal Niessen in deze procedure niet gevolgd. De AG vond de box 3 heffing wél disproportioneel en zelfs confiscatoir: zie ook BelastingBelangen, februari 2016: Box 3-heffing: disproportioneel en confiscatoir?

1161_2016-03-001.jpgDe Hoge Raad vindt de vermogensrendementsheffing (voor 2011) niet onrechtmatig. Het forfaitaire 4% rendement is geen inbreuk op ‘het ongestoord genot van het eigendomsrecht’ zoals dat is vastgelegd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.
De wetgever heeft in 2001, bij de invoering van de box 3-heffing, voor een forfaitair rendement van 4% gekozen om aan te sluiten bij het rendement dat een belastingplichtige over een langere periode zou (moeten) kunnen behalen zonder zijn vermogen al te riskant te beleggen. Die keus is niet onredelijk, en past binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt. Een schending van het eigendomsrecht is pas aan de orde als een particuliere belegger dat 4% rendement over een reeks van jaren niet meer kan realiseren, én de belastingheffing op basis van dat forfaitaire rendement voor hem een individuele, buitensporig zware last is. Volgens de Hoge Raad is dat niet het geval voor de box 3-heffing voor 2011.

De procedure betreft een Nederlander die naar Noorwegen was geëmigreerd, en die zijn woning in Nederland had aangehouden. Die woning gebruikte hij met zijn gezin als hij voor familiebezoek of voor zijn werk weer eens in Nederland was; de woning werd niet verhuurd. Ook al bracht de woning geen cent op, de emigrant was wel de box 3-heffing over de WOZ-waarde van de woning verschuldigd. De Nederlander vond dat onrechtmatig en stapte naar de rechter. Zonder succes: dat de woning geen opbrengst oplevert, heeft – volgens de Hoge Raad – niet tot gevolg dat de box 3-heffing voor hem een buitensporig zware last is.

Commentaar
De Hoge Raad heeft met dit arrest de vermogensrendementsheffing ‘gered’. In ieder geval tot eind 2011. Het arrest laat de mogelijkheid open dat de box 3-heffing in een later jaar alsnog in strijd kan zijn met het EVRM, en met de steeds lagere rente op spaarrekeningen stijgt die kans. De Hoge Raad houdt met deze opening de druk op de ketel: de wetgever moet alert blijven op de rechtmatigheid van de box 3 heffing. Financiën wil de box 3-heffing gefaseerd ombouwen naar een heffing op basis van het werkelijk behaalde rendement. De eerste stap op dat pad is gezet met de aanpassing per 1 januari 2017: zie ook BelastingBelangen, oktober 2015: Belastingplan 2016: Herziening box 3-heffing per 2017.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie