Vraagtekens

Liggeld in jachthavens: altijd 21% BTW

25 juni 2018

De Hoge Raad heeft beslist dat het liggeld in jachthavens voor zeilboten en motorboten altijd onder het algemene BTW-tarief van 21% valt. Volgens ons hoogste rechtscollege kan een jachthaven wel als een sportaccommodatie worden aangemerkt, maar het ter beschikking stellen van een ligplaats met bijbehorende diensten kan niet kan worden aangemerkt als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening. Daardoor is toepassing van het lage BTW-tarief niet aan de orde. Dit arrest maakt een einde aan de vele procedures over het toepasselijke BTW-tarief op het liggeld in jachthavens. Zie ook BelastingBelangen, augustus 2017: Liggeld in de jachthaven: 6% of 21% BTW.

Vereniging X exploiteerde een jachthaven. Zij stelde ligplaatsen ter beschikking tegen betaling, voor zeil- en motorboten, aan leden en niet-leden. De gebruikers kregen een ligplaats, en zij konden gebruik maken van de voorzieningen in de jachthaven, zoals toiletten, douches, afvaldepots en apparatuur voor onderhoud en reparatie aan hun boot. Havenmeesters zorgden voor bewaking en veiligheid. X stelde dat de vergoeding voor het ter beschikking stellen van ligplaatsen onderworpen was aan het verlaagde 6% BTW-tarief, omdat sprake was van het recht op gebruik van een sportaccommodatie. De inspecteur dacht daar anders over: hij stelde dat het algemene BTW-tarief van 21% van toepassing was.

1377_2018-03-002.jpgRechtbank Noord-Nederland en in beroep Hof Arnhem-Leeuwarden waren het daar mee eens: de verhuur van ligplaatsen kan niet worden aangemerkt als het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie om gelegenheid te geven voor de beoefening van een sport.
De Hoge Raad besliste dat het gebruik maken van een sportaccommodatie recht geeft op het toepassen van het lage BTW-tarief mits die accommodatie bestemd is voor sportbeoefening of lichamelijke opvoeding, én daarvoor ook wordt gebruikt. De daarbij aangeboden nevendiensten moeten voor ook sportbeoefening bestemd en nodig zijn. Het stallen of opslaan van benodigdheden om een sport te kunnen beoefenen, is niet bestemd en ook niet nodig voor daadwerkelijke sportbeoefening. Als een watersporter zijn boot op zijn ligplaats heeft afgemeerd, of een van de aanvullende voorzieningen benut, wordt de boot juist niet voor sportbeoefening gebruikt. De Hoge Raad concludeerde dat de ligplaatsen niet bestemd waren voor sportbeoefening, en dat ook de aanvullende voorzieningen die X aan gebruikers van de ligplaatsen bood niet bestemd of nodig waren voor sportbeoefening. De Hoge Raad besliste dat het aanbieden van die diensten niet kon worden aangemerkt als het verlenen van het recht op gebruik van een accommodatie die bestemd was voor sportbeoefening én die met dat doel werd gebruikt. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.

Commentaar
Deze uitspraak zal bij watersporters niet goed vallen: de kosten voor een ligplaats voor hun zeil- of motorboot gaan omhoog. De Hoge Raad komt tot het oordeel dat de jachthaven wél een sportaccommodatie is, maar dat levert geen laag BTW-tarief op omdat de aangeboden diensten niet bestemd zijn voor sportbeoefening of lichamelijke opvoeding.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie