Vraagtekens

Rekening-courantschuld DGA en bijschrijving rente

26 februari 2016

Veel directeuren-grootaandeelhouders lenen geld bij de eigen BV, vaak in rekening-courant. Een schuld in rekening-courant is direct opeisbaar, maar veel DGA’s weten uit eigen ervaring dat een directe aflossing niet gaat lukken. Vaak is het saldo van de lening in de loop der jaren fors opgelopen, terwijl de DGA in privé steeds minder zekerheden heeft. Als de inspecteur dan in actie komt, biedt hij de DGA veelal alsnog de mogelijkheid om de schuld in enkele jaren af te lossen. Lukt dat niet, dan constateert de inspecteur een dure uitdeling van winst.

Ben Dover was directeur-enig aandeelhouder van BV X. Ben had eind 2001 een schuld in rekening-courant aan zijn BV van ruim € 2.6 miljoen. Toen de inspecteur dat constateerde greep hij in: hij sloot in mei 2005 een vaststellingsovereenkomst (een VSO), waarin was vastgelegd dat (i) Dover geen nieuwe leningen met de BV mocht aangaan en jaarlijks op de schuld moest aflossen tot de in de VSO genoemde bedragen, en (ii) de inspecteur een uitdeling van winst in aanmerking kon nemen als Dover de VSO niet zou nakomen. Bij de beoordeling van de aangiften van BV X over 2008 en 2009 constateerde de inspecteur dat de schuld in rekening-courant niet was afgenomen maar opgelopen, tot € 3.290.676 eind 2008 en € 3.446.901 eind 2009. Na enkele besprekingen ter inspectie stelde de inspecteur navorderingsaanslagen inkomstenbelasting – met boete – vast, rekening houdend met een dividenduitkering van € 55.230 in 2008 en € 92.014 in 2009.

1128_2016-01-004.jpgBen Dover ging in beroep tegen die navorderingsaanslagen. Met succes.
Rechtbank Gelderland stelde vast dat het oplopen van de schuld in 2008 en 2009 uitsluitend veroorzaakt was door het bijschrijven van rente. Die bijschrijving kon volgens de Rechtbank niet worden gezien als een nieuwe lening zoals die in de VSO verboden was. De Rechtbank vond het niet aannemelijk dat belanghebbende zich hiervan bewust was geweest en daardoor was de voor de opgelegde boete vereiste opzet niet bewezen. De Rechtbank vernietigde de navorderingsaanslag over 2009 omdat geen sprake was van een nieuw feit: de inspecteur was ten tijde van het vaststellen van deze aanslag in gesprek met belanghebbende over de aangiften Vennootschapsbelasting 2008 en 2009 en daaruit had hem duidelijk moeten zijn dat belanghebbende de bijgeschreven rente niet kon voldoen. De inspecteur voerde nog aan dat het ontbreken van een nieuw feit geen beletsel was voor navordering omdat belanghebbende te kwader trouw was. De Rechtbank wees dat verweer af. De DGA had moeten begrijpen dat de bijschrijving van rente op zijn rekening-courantschuld als een uitdeling van winst zou worden aangemerkt omdat hij die rente niet kon betalen, maar dat betekende nog niet dat hij bewust een onjuiste aangifte had gedaan.

Commentaar
De DGA in deze procedure komt goed weg. Het bijschrijven van rente op een lopende lening kan bezwaarlijk als een nieuwe lening worden aangemerkt, en door de onduidelijke vastlegging daarvan in de VSO loopt de inspecteur de geplande correcties over 2008 en 2009 mis. Dat is voor de DGA mooi meegenomen. Voor het restant van de rekening-courantschuld is het uitstel van executie.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie