Vraagtekens

Tattoos: kunst of geen kunst, 6% of 21% BTW

26 augustus 2015

Als een kunstenaar/ondernemer een kunstvoorwerp levert, is op die levering het verlaagde 6% BTW tarief van toepassing. Is het geen kunst, dan kost de levering 21% omzetbelasting. De discussie over wat wel of niet kunst is, is van alle tijden. Is het aanbrengen van een tattoo het leveren van een kunstvoorwerp? Zijn unieke tatoeages kunst voor de heffing van omzetbelasting? De belastingrechter vindt van niet, zo blijkt uit een recente uitspraak.

Ted Willy was tatoeëerder. Willy bracht voor al zijn werkzaamheden als lichaamskunstenaar / ondernemer het algemene BTW-tarief van 21% in rekening. Met ingang van het 2de kwartaal 2013 deed hij dat anders: hij splitste zijn omzet en rekende die grotendeels toe aan het ontwerpen van unieke tatoeages. Daarop was volgens Willy het 6% BTW-tarief van toepassing. De door hem ontworpen tatoeages waren uniek, en moesten als kunstvoorwerpen aangemerkt worden. Andere tatoeëerders gebruiken zijn ontwerpen, en steeds meer klanten lieten de door hem ontworpen tatoeages zetten, of verzamelden tekeningen daarvan.
De inspecteur vond de tattoos geen kunst voor de heffing van de omzetbelasting, en legde Willy een naheffingsaanslag BTW op, met een verzuimboete van 10%.

1069_2015-04-007.jpg
In de daarop volgende procedure stelde Rechtbank Den Haag de inspecteur in het gelijk.
De Rechtbank overwoog dat het lage BTW tarief van toepassing is op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die onder Tabel I, post a.29 bij de Wet op de omzetbelasting vallen. Daarbij gaat het met name om schilderijen, collages en decoratieve platen, geheel van de hand van de kunstenaar en originele gravures, etsen en litho’s.
Tijdens de zitting voor de Rechtbank werden de inspecteur en Willy het er alsnog over eens dat het aanbrengen van een tatoeage op de huid niet kan worden aangemerkt als het vervaardigen van een kunstvoorwerp: die dienst valt onder het BTW-tarief van 21%.
De Rechtbank ging niet akkoord met de toepassing van het lage BTW-tarief op de omzet die Willy had toegerekend aan het ontwerpen van tatoeages. De Rechtbank vond het niet aannemelijk dat Willy zich vanaf het tweede kwartaal van 2013 voornamelijk had toegelegd op het ontwerpen van unieke tatoeages en tekeningen. En dat zijn tatoeages door andere tatoeëerders werden aangebracht en tekeningen daarvan door zijn klanten verzameld werden vond de Rechtbank geen reden om die tatoeages als kunstvoorwerpen aan te merken.
De Rechtbank handhaafde ook de verzuimboete van 10% op de naheffingsaanslag. De Rechtbank vond die boete ‘passend en geboden’.

Commentaar
Deze uitspraak zal lichaamskunstenaars en hun klanten niet welgevallig zijn. Tatoeages mogen dan geen kunstvoorwerpen zijn voor de heffing van omzetbelasting, kunstzinnig kunnen ze wel zijn. Voor wie daar aan twijfelt: Nederland heeft een tattoo museum gehad, het Amsterdam Tattoo Museum, met de collectie tatoeages van Nederland’s bekendste tatoeëerder Henk Schiffmacher. Dat museum heeft maar kort bestaan: kort na de opening viel het doek en volgde een faillissement.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie