Vraagtekens

Tijdelijke verhuur gedeelte eigen woning: onbelast!

25 juni 2018

De belastingplichtige die zijn eigen woning tijdelijk verhuurt, moet 70% van de netto huuropbrengst tot zijn belastbaar inkomen in box 1 rekenen als voordeel uit eigen woning. Rechtbank Noord-Holland heeft recent beslist dat deze wettelijke regeling uitsluitend van toepassing is als de gehele eigen woning tijdelijk wordt verhuurd. Bij tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning, of van een aanhorigheid bij de woning zoals een tuinhuis, is de huuropbrengst belastingvrij.

Gerda en Frank Rijk hadden in de tuin bij hun eigen woning een tuinhuis gebouwd. Dat tuinhuis was comfortabel ingericht en gemeubileerd. In 2015 verhuurden zij hun tuinhuis – via een bemiddelingsorganisatie – aan toeristen, in totaal 21 dagen. Daarvoor ontvingen zij € 3.564 aan huur. Die inkomsten gaven Gerda en Frank niet aan in hun aangifte IB 2015, maar Gerda informeerde de inspecteur wél – per brief – over de verhuur en de daarmee verkregen inkomsten. Na correspondentie en overleg rekende de inspecteur alsnog € 2.494 (70% van € 3.564) tot Gerda’s belastbaar inkomen in box 1, als voordeel uit tijdelijke verhuur van de eigen woning.

1376_2018-03-001.jpgGerda verzette zich tegen die correctie. Zij stelde dat de wettelijke regeling voor tijdelijke verhuur van de eigen woning uitsluitend betrekking had op verhuur van de gehele woning, niet op verhuur van een deel van de eigen woning. Zij ging in beroep bij Rechtbank Noord-Holland. Met succes: de Rechtbank stelde haar in het gelijk.
De Rechtbank stelde voorop dat het tuinhuis als een aanhorigheid, een onderdeel van de eigen woning moest worden aangemerkt. Door de verhuur van dat tuinhuis was derhalve sprake van een – tijdelijke – verhuur van een deel van de eigen woning. En dat valt niet onder de wettelijke regeling voor tijdelijke verhuur van de eigen woning: die wetsbepaling is alleen van toepassing bij tijdelijke verhuur van de gehele woning. Dit blijkt uit de formulering én de parlementaire geschiedenis van de wettekst. Deze wetsbepaling is per 2010 vereenvoudigd met het oog op de invoering van de vooringevulde aangifte. Uit de parlementaire behandeling van deze vereenvoudiging blijkt duidelijk dat de wetgever er van uitgegaan is dat het gaat om tijdelijke verhuur van de gehele woning en niet een deel van de woning. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag.

Commentaar
Een opmerkelijke uitspraak die AIRbnb en Wimdu-verhuurders als muziek in de oren zal klinken. Zie ook BelastingBelangen, juni 2016: Fiscale gevolgen AIRbnb verhuur? Tijdelijke verhuur van de gehele eigen woning is wél belast (70% van de netto-huuropbrengst moet tot het inkomen in box 1 worden gerekend), tijdelijke verhuur van een deel van de eigen woning is belastingvrij. De Rechtbank heeft de uitspraak inhoudelijk goed onderbouwd, maar het zal vast niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest om de opbrengst van tijdelijke verhuur van een gedeelte van de woning volledig buiten de belastingheffing te plaatsen. Financiën is dan ook in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak: u houdt de definitieve uitkomst van ons tegoed.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie