Vraagtekens

Tijdelijke willekeurige afschrijving (2 x 50%) verruimd

15 juni 2010

Ondernemers die in 2009 of 2010 investeren in bedrijfsmiddelen, kunnen die bedrijfsmiddelen – onder voorwaarden – versneld afschrijven, in twee jaar tijd, met ten hoogste 50% van de kostprijs per jaar. Deze tijdelijke willekeurige afschrijving is begin 2009 ingevoerd als één van de maatregelen om ondernemers door de crisis te helpen. Financiën heeft deze regeling onlangs verruimd: de beperkende werking van het betalingscriterium is opgeheven. Door deze versoepeling kunnen ondernemers de tijdelijke willekeurige afschrijving optimaal benutten.

Financiën heeft begin 2009 de tijdelijke willekeurige afschrijving ingevoerd om ondernemers te stimuleren om ondanks de crisis toch te investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. De regeling biedt ondernemers de mogelijkheid om investeringen in – bij de wet aangewezen – nieuwe bedrijfsmiddelen in twee jaar tijd willekeurig af te schrijven: tot een maximum van 50% van het afschrijfbare bedrag in het jaar van investering, en nog eens maximaal 50% in het direct daaropvolgende jaar. De gunstregeling geldt uitsluitend voor investeringen in 2009 en 2010. Zie ook BelastingBelangen 2008, nr. 6: Willekeurige, vervroegde afschrijving voor 2009 en 2010.

459_2010-06-007.jpgDe ondernemer die de tijdelijke willekeurige afschrijving volledig wil benutten, moet het bedrijfsmiddel waarin hij investeert direct in gebruik nemen, in het jaar waarin de investering plaatsvindt. Lukt dat niet – bijvoorbeeld omdat de ondernemer het bedrijfsmiddel pas tegen het einde van het jaar bestelt en levering vóór het jaareinde niet meer mogelijk is – dan is de maximale afschrijving van 50% in dat jaar slechts mogelijk als de ondernemer ten minste de helft van het investeringsbedrag aanbetaalt. In deze situatie is het betalingscriterium van toepassing: zolang de ondernemer het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik heeft genomen, kan hij daarop niet meer (willekeurig) afschrijven dan het bedrag dat hij op de investering heeft aanbetaald. Is dat minder dan 50%, dan gaat de tijdelijke willekeurige afschrijving deels verloren: zie het voorbeeld in het kader.
Financiën vindt deze beperkende werking van het betalingscriterium ongewenst en heeft die per direct – met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 – opgeheven. Daartoe zijn twee beperkende voorwaarden voor de tijdelijke willekeurige afschrijving geschrapt, te weten:

- er kan alleen willekeurig afgeschreven worden in het jaar van investering én in het daaropvolgende jaar, én
- in het jaar volgend op het investeringsjaar kan ten hoogste 50% willekeurig worden afgeschreven.
Door deze versoepeling kan op investeringen in 2009 en 2010 ook ná 2011 nog willekeurig afgeschreven worden. En die afschrijving kan ná het jaar van investering meer zijn dan 50% van de in totaal af te schrijven aanschaffings- of voortbrengingskosten.
Het voorbeeld in het kader verduidelijkt de reikwijdte van de aangepaste regeling.

De versoepelde tijdelijke willekeurige afschrijving
Een ondernemer investeert eind 2009 in een nieuw bedrijfsmiddel waarop de tijdelijke willekeurige afschrijving van toepassing is. De ondernemer betaalt in 2010 60% van het investeringsbedrag, in 2011 de overige 40%. Het bedrijfsmiddel wordt begin 2011 geleverd; de ondernemer neemt het direct daarop in gebruik voor de bedrijfsuitoefening.
Uitwerking oude regeling

2009: er kan in 2009, het jaar van de investering, niet willekeurig worden afgeschreven. Het bedrijfsmiddel is besteld, maar nog niet in gebruik genomen; op de investering is niets aanbetaald.
2010: maximaal 50% van het investeringsbedrag (minus de restwaarde van het bedrijfsmiddel) kan willekeurig worden afgeschreven. Het bedrijfsmiddel is in 2010 nog niet in gebruik genomen, maar er is voldoende – 60% van het investeringsbedrag – op aanbetaald.
2011: er kan er niet meer willekeurig worden afgeschreven: de tweejaarstermijn is verstreken.
Uitwerking nieuwe regeling
2009: er kan niet willekeurig worden afgeschreven; de regeling is op dit punt niet gewijzigd.
2010: maximaal 60% van het investeringsbedrag (minus de restwaarde van het bedrijfsmiddel) kan willekeurig worden afgeschreven. Het maximum van 50% afschrijving is uitsluitend van toepassing in het jaar waarin de investering heeft plaatsgevonden; dat was 2009.
2011: het restant (van 40%) kan willekeurig worden afgeschreven, in 2011 of in een van de daarop volgende jaren: de bepaling dat de willekeurige afschrijving moet plaatsvinden in twee aaneengesloten jaren, is vervallen.

Commentaar
De versoepeling van de tijdelijke willekeurige afschrijving is een goede zaak. Ondernemers kunnen de tijdelijke willekeurige afschrijving daardoor vaker over de volledige investering toepassen. Let op: de nieuwe regeling geldt niet alleen voor investeringen in 2010, maar ook voor de investeringen die al in 2009 zijn gedaan.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie