Vraagtekens

Uitdeling van winst = opbrengst voor de HIR

26 augustus 2015

De ondernemer die een bedrijfsmiddel met boekwinst verkoopt, kan een directe belastingheffing over die boekwinst voorkomen door die in een herinvesteringsreserve onder te brengen. Voor die reservering is vereist dat de ondernemer het voornemen heeft om te herinvesteren in bedrijfsmiddelen, in hetzelfde jaar of in een van de drie volgende jaren. De wet staat een reservering toe van het verschil tussen “de opbrengst bij vervreemding van het bedrijfsmiddel” en de boekwaarde daarvan. De belastingrechter heeft die ‘opbrengst’ onlangs opmerkelijk ruim uitgelegd: een uitdeling van winst, door een BV aan haar aandeelhouder, kwalificeert als ‘opbrengst’ voor de herinvesteringsreserve.

De Hoge Raad, onze hoogste belastingrechter, heeft sinds 1970 het begrip ‘opbrengst’ uit de wettelijke regeling van (toen nog de vervangingsreserve, thans) de herinvesteringsreserve uitgelegd als ‘de vergoeding die bij vervreemding van het bedrijfsmiddel van de koper is bedongen’. Door die strikte uitleg is een reservering niet mogelijk voor een correctie op de opbrengst bij verkoop van een bedrijfsmiddel als de verkoopprijs niet zakelijk is bepaald. Bijvoorbeeld als de BV een bedrijfsmiddel voor een ‘vriendenprijs’ aan de aandeelhouder of een familielid daarvan verkoopt. Het bedrag van de correctie is dan niet van de koper bedongen. Reservering is evenmin mogelijk als de ondernemer een bedrijfsmiddel van zijn ondernemingsvermogen overbrengt naar privé. Er is dan geen opbrengst bedongen.
De belastingrechter heeft deze strikte uitleg in een recente uitspraak verlaten.

Die uitspraak betreft een BV die in 2006 diverse panden verkocht aan de dochter en kleinkinderen van haar directeur-grootaandeelhouder. De BV behaalde daarbij een boekwinst van afgerond € 50.000, en stopte die in een herinvesteringsreserve: de BV had een aantoonbaar voornemen tot herinvestering in nieuwe vastgoedprojecten. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur dat de BV bij de transacties onzakelijk had gehandeld, en dat zij de onroerende zaken voor een objectief bezien veel te lage prijs had verkocht. De inspecteur liet de betreffende panden taxeren en met de uitkomst daarvan corrigeerde hij de opbrengst bij verkoop met € 711.126. Hij verhoogde de winst van de BV met dat bedrag en belastte dat bij de directeur-grootaandeelhouder als een (vermomde) uitdeling van winst.
Na een lange procedure besliste Hof Den Bosch dat de inspecteur de hogere waarde van het verkochte vastgoed voldoende had onderbouwd en dat hij opbrengst bij verkoop terecht had gecorrigeerd en als uitdeling van winst had aangemerkt. Maar die correctie leidde niet tot een hogere belastbare winst in de BV. De BV had een aantoonbaar voornemen tot herinvesteren – de inspecteur had dat niet betwist en de reservering van de € 50.000 boekwinst aanvaard – en daarom kon de gecorrigeerde € 711.126 meeropbrengst volgens het Hof ook in de herinvesteringsreserve worden ondergebracht. Het Hof vernietigde de winstcorrectie in de BV en verminderde de aanslag vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft deze uitspraak in cassatie zonder nadere motivering bevestigd.

Commentaar
Een opmerkelijke uitspraak. Het Hof en de Hoge Raad aanvaarden een uitdeling van winst als ‘opbrengst’ voor de herinvesteringsreserve, zonder daar al te veel woorden aan te besteden. Met deze uitspraak komt de belastingrechter terug op een uitleg die decennia lang als vaste jurisprudentie in de praktijk is toegepast. Voor de praktijk is deze verruiming van groot belang: de herinvesteringsreserve kan in meer situaties worden toegepast.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie