Vraagtekens

Veldinventaris voortaan verplicht activeren

23 februari 2008

De Hoge Raad heeft in twee recente proefprocedures beslist dat ondernemers in de land- en tuinbouw voortaan hun veldinventaris moeten activeren. Met deze beslissing komt ons hoogste rechtscollege terug op eerdere uitspraken waarin was goedgekeurd dat activering van de uitgaven voor eenjarige gewassen achterwege kon blijven. Het niet activeren is in strijd met de realiteit van goed koopmansgebruik en de Hoge Raad vindt dat de voortschrijdende ontwikkelingen in de land- en tuinbouw deze uitzonderingspositie bij de fiscale winstberekening niet langer rechtvaardigen.

De proefprocedures over het al dan niet activeren van veldinventaris hebben beiden betrekking op ondernemers in de glastuinbouw. De ene procedure betreft een BV die chrysanten kweekt, de andere een BV die tomaten teelt. In beide tuinbouwbedrijven werden in het eerste jaar diverse uitgaven gedaan voor de teelt van gewassen, die pas in het jaar daarop geoogst werden. Denk aan uitgaven voor stekmateriaal, arbeid, verwarming, elektra, water, messtoffen, gewasbescherming, het stomen van de grond of het substraatmateriaal, en dergelijke. Die uitgaven werden elk jaar weer gedaan.
Het geschil betreft de vraag of deze uitgaven direct in het eerste jaar ten laste van de winst kunnen worden gebracht, of dat de kosten van deze veldinventaris geactiveerd moeten worden en pas in het oogstjaar ten laste van de winst kunnen komen.

128_6.jpgDe Hoge Raad besliste dat uitgaven voor de teelt van planten of gewassen met een korte levensduur gericht zijn op het verkrijgen van vruchten of opbrengsten daaruit. De geteelde planten en gewassen gaan daardoor op in goederen die voor de omzet bestemd zijn. Dat geldt voor planten en gewassen die in één keer worden geoogst, maar ook als die oogst verspreid plaatsvindt, gedurende een bepaalde periode. Goederen die in een onderneming aanwezig zijn om te worden bewerkt, verwerkt, of verkocht – goederen die voor de omzet bestemd zijn – moeten in beginsel op de aanschaffings- of voortbrengingskosten worden geactiveerd. Dat was ook het geval met de teeltproducten – de chrysanten en tomaten – van de twee procederende tuinbouwbedrijven. De Hoge Raad overwoog dat in oude arresten (uit 1957 en 1960) over deze kwestie anders was beslist, maar de voortgaande ontwikkelingen in de landbouw rechtvaardigden niet langer een uitzonderingspositie voor land- en tuinbouwbedrijven op dit punt van de administratieve bedrijfsvoering. Het niet activeren van de uitgaven voor veldinventaris was in strijd met het realiteitsbeginsel van goed koopmansgebruik.

Commentaar
De uitgaven voor veldinventaris, een op de balansdatum nog niet volwaardig gewas, hebben meestal een looptijd van niet meer dan één jaar. De uitgaven worden in jaar 1 gedaan, de opbrengsten daaruit worden in jaar 2 genoten, en dan zijn de uitgaven uit jaar 1 uitgewerkt. De uitgaven keren zodoende jaarlijks terug. Het niet activeren van dergelijke, jaarlijks terugkerende uitgaven past goed binnen de eenvoud van goed koopmansgebruik. Maar onze Hoge Raad geeft voorrang aan het realiteitsbeginsel: met de uitgaven voor veldinventaris is een zodanig groot bedrag gemoeid dat het niet activeren daarvan een onjuist, niet reëel beeld van de financiële positie van de onderneming in de land- en tuinbouw oplevert.
De proefprocedures zien uitsluitend op veldinventaris bij overdekte teelt (in de glastuinbouw), maar de overwegingen van de Hoge Raad zijn zo algemeen geformuleerd dat die ook op veldinventaris in de open lucht kunnen worden toegepast. En dat zal de inspecteur ook wel gaan doen.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie