Vraagtekens

Effectenrekening voor pand geen ondernemingsvermogen

21 oktober 2021

Een met privémiddelen gefinancierde en op de balans van de onderneming vermelde effectenrekening kan volgens Rechtbank Noord-Nederland niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.

1607_17.jpgEen ondernemer verrichtte activiteiten op het gebied van milieukundige, geologische en geohydrologische bodemadvies. Als hij opdrachten in het zuiden van het land had, gebruikte hij de woning van zijn ouders als uitvalsbasis. Vanaf 2015 bracht de ondernemer liquide middelen over vanuit zijn privévermogen naar zijn ondernemingsvermogen en kocht daarmee effecten. Hij vermeldde de effectenrekening op de balans van zijn onderneming. In zijn aangifte IB 2018 bracht hij een verlies op de effecten in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek van het verlies omdat volgens hem de effectenrekening privévermogen was. De ondernemer ging in beroep en stelde dat de effectenrekening tot het ondernemingsvermogen behoorde, omdat de effecten waren aangekocht met het oog op de aankoop van de ouderlijke woning als bedrijfspand.

Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2021:3362) besliste dat de effectenrekening niet als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt. Een belegging was doorgaans geen ondernemingsvermogen, maar privévermogen, behalve wanneer de belegging plaatsvond in het kader van de normale bedrijfsuitoefening, als sprake was van belegging met tijdelijk overtollige liquiditeiten, of als de belegging noodzakelijk werd gebruikt om het eigen vermogen te versterken. De Rechtbank vond het niet aannemelijk dat sprake was van tijdelijk overtollige liquiditeiten. De effectenrekening was gefinancierd met privévermogen en niet met ondernemingsvermogen aangezien de effecten waren gekocht met liquide middelen die eerst vanuit het privévermogen waren overgebracht naar de bankrekening van de onderneming. Binnen de onderneming waren dus geen tijdelijk overtollige liquiditeiten aanwezig. De ondernemer had volgens de Rechtbank ook niet aannemelijk gemaakt dat versterking van het eigen vermogen van de onderneming noodzakelijk was of dat de belegging plaatsvond in het kader van de normale bedrijfsuitoefening. Dat de effecten zouden worden gebruikt voor de aanschaf van een bedrijfspand (in de vorm van de ouderlijke woning) was volgens de Rechtbank niet bewezen. Beide ouders van de ondernemer woonden in 2015 nog in de ouderlijke woning. Verder was er geen taxatierapport en ook geen afspraken met de ouders gemaakt over de koop van de woning. De ondernemer had ook geen financieringsaanvraag gedaan terwijl zijn eigen middelen onvoldoende waren om de woning te kopen.
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie