Vraagtekens

Navordering voor winstuitdeling van de baan door vorming herinvesteringsreserve

21 oktober 2021

Rechtbank Noord-Holland accepteer in de volgende zaak een herinvesteringsreserve voor het bedrag van de boekwinst die het gevolg was van een uitdelingscorrectie.

Een BV verkocht op 3 maart 2011 een winkelcomplex voor ruim 8,7 mln aan haar twee aandeelhouders. Naar aanleiding van een boekenonderzoek in 2012 stelde de inspecteur dat de verkoop en de verkoopprijs niet zakelijk waren geweest. Een taxateur van de Belastingdienst schatte de waarde per 3 maart 2011 op ruim 18,1 mln. Er volgde een navorderingsaanslag Vpb, waarbij 9.730.000 alsnog als winst was aangemerkt. De BV ging in beroep.

Rechtbank Noord­Holland (ECLI:NL:RBNHO:2021:6577) besliste dat de aandeel­ houders van de BV door de overdracht van het winkelcomplex een voordeel hadden genoten en dat de BV en haar aandeelhouders zich daarvan redelijkerwijs bewust moesten zijn geweest. Het voordeel van € 9.730.000 moest worden aangemerkt als een winstuitdeling. De Rechtbank was het echter met de BV eens dat zij voor dat bedrag een herinvesteringsreserve mocht vormen. Uit de aard van de onderneming van de BV, een actief vastgoedbedrijf dat belegde in beleggingspanden die voor haar bedrijfsmiddelen waren, volgde dat een herinvesteringsvoornemen meestal aanwezig was, en de aankopen van vastgoed in 2011 en 2012 bevestigden dat. Het feit dat de boek winst van 9.730.000 het gevolg was van een uit­ delingscorrectie, betekenden niet dat er geen herinvesteringsreserve kon worden gevormd. Dotatie aan een herinvesteringsreserve voor de boekwinst van 9.730.000 was volgens de Rechtbank dan ook toegestaan. De Rechtbank verklaarde het beroep van de BV gegrond en vernietigde de navorderingsaanslag Vpb 2011.

Commentaar
De Hoge Raad besliste op 16 september 2016 dat bij een onttrekking in de vorm van een verkapte uitdeling van winst ook sprake is van een opbrengst voor de herinvesteringsreserve en dat een correctie in de vorm van een onttrekking niet per definitie betekent dat geen sprake is van een herinvesteringsvoornemen. Ook als de door een vervreemding van een bedrijfsmiddel verkregen opbrengst niet meer beschikbaar is voor herinvestering, kan volgens de Hoge Raad een herinvesteringsvoornemen aanwezig zijn. Bij de beoordeling van het herinvesteringsvoornemen moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de belastingplichtige beschikt over eigen of van derden aangetrokken of aan te trekken middelen. De belastingplichtige moet dat herinvesteringsvoornemen ook aannemelijk maken.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie