Vraagtekens

Niet raadplegen van dossier van fiscale partner geen ambtelijk verzuim

15 december 2020

De Hoge Raad beslist dat de inspecteur een nieuw feit had in een situatie waarin een erflater een a.b. had en de a.b.-winst abusievelijk niet was aangegeven in zijn overlijdensaangifte.

Vier jaar na het indienen van de aangiften IB door de fiscale partners maakte de Belastingdienst alsnog een koppeling tussen het bestand van de erfbelasting en de aangiften IB van een echtpaar. De man had tijdens zijn leven een aanmerkelijk belang gehad. Het systeem constateerde dat er een fout in het voordeel van de belastingplichtigen was gemaakt en legde een navorderingsaanslag op aan de erfgenamen. Hof Den Haag besliste dat de inspecteur het fictief vervreemdingsvoordeel dat aan de orde was bij het overlijden van de a.b.-houder niet kon navorderen omdat de inspecteur geen onderzoek had gedaan naar de overlijdensaangifte over 2010 (F-biljet) van de man. De staatssecretaris ging in cassatie.

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1410) stelde voorop dat de inspecteur bij het vaststellen van een aanslag IB mag uitgaan van de juistheid van de gegevens die de belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Een nader onderzoek was in beginsel niet nodig. Dat was pas het geval als de inspecteur, na met normale zorgvuldigheid te hebben kennisgenomen van de inhoud van de aangifte, en ook gezien de overige in aanmerking komende omstandigheden van het geval, aan de juistheid van enig in die aangifte opgenomen gegeven in redelijkheid behoorde te twijfelen. De inspecteur hoeft niet te twijfelen aan een aangifte als de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat de gegevens die in de aangifte zijn opgenomen juist zijn. Dit betekent dat de inspecteur niet steeds verplicht is om het dossier van de (fiscale) partner van de belastingplichtige te raadplegen. Verder besliste de Hoge Raad dat de aanwezigheid van de aanmerkelijke kans dat een voordeel uit de fictieve vervreemding van het a.b. in aanmerking zou moeten worden genomen, niet uitsloot dat de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de aangifte juist was. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van de staatssecretaris gegrond en verwees de zaak naar Hof Amsterdam.

Commentaar
De Hoge Raad blijft de onderzoeksplicht van de inspecteur zeer beperkt uitleggen. Het dossier van de overleden partner hoefde daarom niet te worden geraadpleegd, ook al bestond een aanmerkelijke kans dat de erfgenaam een fictief vervreemdingsvoordeel uit a.b. zou hebben genoten.

Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie