Vraagtekens

Op 2 januari aan fraudeur overgemaakte € 100.000 gewoon belast in box 3

21 oktober 2021

Een bedrag van € 100.000 behoort tot de rendementsgrondslag van box 3 op 1 januari, ondanks dat dit bedrag al op 2 januari was uitgeleend en kort daarop duidelijk was dat de lening niet zou worden terugbetaald.

1606_11.jpgEen man verstrekte op 1 januari 2017 een lening van € 100.000 aan BV A en/of D. Een dag later maakte hij het bedrag van € 100.000 over. Het bedrag zou op 7 februari 2017 worden afgelost inclusief een vergoeding van € 10.000. Kort na 2 januari 2017 bleek dat sprake was van fraude en dat het bedrag niet zou worden terugbetaald. De man nam het bedrag niet op in box 3 van zijn aangifte IB 2017. De inspecteur telde de vordering bij het box 3-vermogen. De man ging in beroep en stelde dat hij was opgelicht voor € 100.000 en dat het daarom onredelijk was dat hij daarnaast nog werd belast voor € 1.200 terwijl er geen rendement was. Hij vond dat sprake was van een individuele en buitensporige last en de heffing in strijd was met artikel 1 EP EVRM.

Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2021:555) stelde voorop dat door de peildatumsystematiek grote stijgingen en dalingen in de rendementsgrondslag van de belastingplichtige voor de bepaling van de grondslag van de forfaitaire rendementsheffing niet worden gedempt. Dit kan voor belastingplichtigen zowel voordelig als nadelig uitpakken. Volgens de Rechtbank had de wetgever met het systeem van rendementsheffing waarbij 1 januari van een kalenderjaar als peildatum geldt de hem toekomende beoordelingsmarge niet overschreden. Het bedrag van € 100.000 stond op 1 januari 2017 op de bankrekening van de man en behoorde daarmee tot zijn bezittingen zodat deze € 100.000 tot de rendementsgrondslag moest worden gerekend. De Rechtbank vond niet dat sprake was van een individuele en buitensporige last. Daarvoor moeten de gevolgen van de box 3-heffing worden bezien in samenhang met de gehele financiële situatie van de betrokkene. Daarbij was het inkomen uit box 1 en box 2 een belangrijk aanknopingspunt. De man had een inkomen uit box 1 van € 48.130 en had daarnaast nog andere vermogensbestanddelen in box 3 met een totale waarde van € 166.928 (exclusief de betreffende € 100.000).
Terug naar boven

Privacy

Deze website maakt gebruik
van cookies. Meer informatie